ZEF-magazine review “How ’bout a 92″.

Door: Rim Steijvers

Vunzige white-trash rednecks, shotguns en rodeostieren. Dames en heren, wij stellen u voor aan CUDA. Vier Limburgse mannen zoals mannen bedoeld zijn. Bier drinkend, schreeuwend, en gekleed in wifebeaters vol olievlekken. Texas hoor ik je denken? Niet als het aan deze heren ligt. Echt / Sittard wordt het nieuwe epicentrum van masculien machtsvertoon! Maar hoe dan? Heel simpel. Slinger hun debuutalbum ‘How ‘bout a 92′ aan en je begrijpt precies wat ik bedoel. Deze krachtpatser van een muscle car (BarraCUDA) komt uit de startblokken met een openingsriff waar je knalpijp haast van ontploft. De vuigheid druipt er vanaf, je weet meteen dat het foute boel is, maar het klinkt zo verdomde lekker. Dus trappen we het gaspedaal nog íetsje verder in, om het 13 nummers lang niet meer  los te laten. Cowpunk, rockabilly, speedrock. Duidelijk en zo doeltreffend als een gloeiend heet brandijzer. De toon is gezet met het nummer “The old thunderer” dat verhaalt over Jem Mace. De legendarische bare-knuckle fighter uit het britse Norfolk. Onze Jem zat vóór zijn bokscarrière ook in de muziek hebben we ons laten vertellen. Totdat iemand op zijn viool ging staan… Eén rechtse hoek and the rest was history…

Het hele album raast verder op deze muzikale no-nonsens filosofie. Pompende up-tempo  hillbilly / rock-krakers als het aanstekelijke ‘Walk, Cletus, walk’  het pompende ‘Rabies’ en het bijna dansbare ‘A wife named Sue’. Heerlijke hoempa-drums en een ronkende basgitaar die klinkt als een ratelende versnellingsbak die het ieder moment kan begeven.  Maar lukt het CUDA om deze dertien nummers lange rit tot een boeiend einde te brengen? De rodeo-arena waarin de vier cowboys zich bevinden is namelijk strak afgekaderd en laat weinig ruimte voor experiment. Dat hebben de heren zich waarschijnlijk zelf ook gerealiseerd. Daarom wordt er links en rechts sfeervol geflirt met opleukertjes als mondharmonica, trompet, banjo en bluesharp om enige afwisseling te brengen. Stuk voor stuk gepaste toevoegingen die de redneck-vibe versterken. Passend, bijdragend, maar niet dragend. Zoals dat hoort.

Er is wel een dragende rol voor de adrenaline verhogende gitaarriffs van Ruud Gijzelaars. Gespeeld met de soort nonchalante perfectie die je normaal alleen ziet bij een lasso-worp. Ook de rauwe vocalen van Bjorn Mevissen doen precies wat ze moeten doen. Zijn stem zweeft ergens tussen Peter van Elderen (Peter Pan Speedrock) en woestijn-collega John Garcia (Kyuss). Zelfs de productie verdient een dikke vette pluim. Toch net die mooie lak die dit racemonster nodig heeft. Al deze bestanddelen zorgen voor een prima olie om de hemi-motor aan het draaien te houden. Maar er zijn toch meerdere bands die deze formule hanteren? Hier wordt de doorslag ongetwijfeld gegeven door de gigantische meebrul-refreinen die CUDA keer op keer weet neer te zetten. Deze voorzien elk individueel nummer van een dusdanige dosis onderscheidend vermogen dat de aandacht elke track opnieuw gepakt wordt. En dat is een kunst die weinig bands in dit genre meester zijn. Onze midden-Limburgse macho’s weten waar hun krachten liggen en maken hier ruimschoots gebruik van. Dat verraadt dat er stiekem een hoop werk heeft gezeten in dit schijfje dat op het eerste gehoor zo onbevangen klinkt. En ook dat is een kunst.

“HUZZA HUZZA HUZZA!”

No Comments

Leave a Reply